Management intro video

Modal Image

Drie jonge ondernemers met een missie

In 2015 namen Thierry, Etienne en Pointer de Jager officieel de dagelijkse leiding van Hajé Shops, Hotels & Restaurants over. Ouders Hajé en Feikje de Jager besloten, na 29 jaar hard werken en het opzetten van zeven vestigingen, een stap terug te doen en hun familiebedrijf in de kundige handen van hun zoons te geven. Ieder verantwoordelijk voor een eigen afdeling, zo staat Thierry aan het hoofd van de operatie, is Etienne verantwoordelijk voor de facilitaire afdelingen en de gastbeleving in de breedste zin van het woord en ontfermt Pointer zich over de financiële afdeling. Hun verhaal begon natuurlijk al veel eerder. Bewust en onbewust starten de drie jonge mannen hun training al in de kinderstoel.

Op zevenjarige leeftijd stonden ze al schnitzels te paneren, flesjes te sorteren en aardbeien uit te zoeken bij Hajé de Lepelaar, waar Thierry, Etienne en Pointer opgroeiden. “Never a dull moment”, vertelt Pointer met een glimlach. Het gezin woonde boven de zaak en het zakelijke en familieleven gingen naadloos in elkaar over. “De medewerkers werkten niet alleen in het restaurant maar pasten ook geregeld op ons. Soms gingen ze, in een vrij uurtje, met ons wandelen door de bossen”, aldus Pointer, de jongste van de drie broers De Jager.


Het horecavak werd jong geleerd. “Er was altijd wel iemand die ons iets wilde leren. Iemand uit de bediening leerde ons poleren of een kok die met ons citroentjes ging snijden”, vertelt Etienne. “Met Angelo hebben we nog pizzabodems gemaakt of we gingen saté rijgen met Jozi. In die tijd werd alles nog op de vestiging zelf gemaakt, in plaats van in het Culinaire Hart van Hajé. Meestal stonden we dan met zijn drieën op een rijtje. Pointer en ik op een kratje en Thierry net op de grond”.


Juist hun jeugd tussen het toen nog naamloze maar prachtige natuurgebied Oostvaardersplassen en de snelweg A6 zorgde voor de diepe band tussen de drie broers. Zij woonden verder van de stad dan hun vriendjes op school en waren in hun jonge jaren vooral op elkaar aangewezen. Van en naar school was altijd lastig, want een fietspad was er nog niet. “Onze ouders zorgden voor een geweldige speelwereld in de privéruimte, van trampoline, tot skelters en fietsen. Vriendjes van school wilden juist graag bij ons komen!”, vertelt Thierry. “Toch was het halen van ons rijbewijs echt een bevrijding”, vindt Pointer en daar zijn Etienne en Thierry het absoluut mee eens.

De broers De Jager gingen alle drie naar de Vrije School in Almere. Een koksopleiding, studie horecaondernemer, bachelor Commerciële Economie en diverse cursussen, stages en veel praktijkervaring kunnen Thierry, Etienne en Pointer tussen hen verdelen. Hoewel de mogelijkheid er altijd was om de zaak van hun ouders over te nemen, is de betrokkenheid in de organisatie nooit vanzelfsprekend geweest. “Onze ouders namen ons wel van jongs af aan mee naar andere restaurants en waren dan oprecht geïnteresseerd in onze mening over hoe het daar ging”, herinnert Pointer zich. Wellicht toen al met oog op de kwaliteiten van hun kroost stimuleerden Hajé en Feikje de Jager het meedenken over het bedrijf en de betrokkenheid. “Hoewel onze vader ons eigenlijk aanraadde om alles te gaan doen, behalve iets in de horeca”, lacht Thierry.

“Het moet goed voelen”

Op de vraag wat de drie mannen van hun ouders hebben geleerd antwoordt Pointer: “alles wat bij ondernemen komt kijken. Constant evalueren, dat hebben zij ons echt meegegeven. Altijd in beweging blijven. Een ondernemer die niet in beweging is staat stil. Niet denken dat je het weet, maar blijven lezen en blijven leren. En natuurlijk het handelen op gevoel, dat merk je overal in de organisatie terug, ook nu bij ons.” Etienne vult aan: “het gaat inderdaad niet alleen om cijfers en resultaten, maar vooral om gevoel. De organisatie moet goed voelen.


Aan de eettafel in het ouderlijk huis gaat het bijna altijd over het bedrijf. “Het is gewoon altijd in je gedachten”, biecht Pointer op. “Dat was niet altijd gezellig voor de vriendinnetjes die op een gegeven moment ook over de vloer kwamen. “Een leuke anekdote is de poging van mijn moeder om code biefstuk in te voeren,” lacht Etienne. “Als het gesprek te veel over de zaak ging, riep mijn moeder ‘code biefstuk!’ en dat was het teken dat we ergens anders over moesten praten. Vaak hielden we dat maar een kwartiertje vol.”

Keuken intro video

Modal Image

Meegroeien met Hajé

wie 34 jaar Hajé zegt, zegt 33 jaar Klaas Smit. De manager van Hajé de Aalscholver is al sinds 1987 in dienst van de organisatie. Smit maakte de groei mee van een restaurant aan een rustige hoofdweg in Nederland naar een bloeiende organisatie met acht vestigingen en meer dan tweehonderd medewerkers. “Hajé is mijn levenswerk, ik ben met de organisatie meegegroeid in voor- en tegenspoed. Het is bijna mijn tweede huwelijk”, vertelt Smit. Vanuit de gezellig serre van Hajé de Aalscholver haalt hij herinneringen op.

In 1987 ben je in dienst getreden bij Hajé de Lepelaar aan de A6. Je woonde destijds niet in de Polder. Hoe kwam je daar dan toch terecht?

“Het hele avontuur is begonnen toen ik mijn vrouw leerde kennen tijdens een avondje stappen in Steenwijk, waar ik destijds werkte. Zij woonde wel al in Lelystad maar ik wist om heel eerlijk te zijn niet eens waar het lag”, vertelt Smit met een glimlach. “Via de heer Slotboom, consulent voor werkzoekenden, hoorde ik voor het eerst over Hajé. Hij was het die mij vertelde over een jonge, enthousiaste ondernemer met een restaurant aan de weg en ik dacht; ‘ik bel gewoon’. Vrijdag 21 augustus 1987 had ik mijn sollicitatiegesprek met Hajé de Jager en ik kon direct in de keuken beginnen.“

Vertel eens. Hoe ging dat toen?
“Na een week stond ik al alleen in de keuken, want Hajé de Jager zat bij de gemeente om alles te regelen voor de bouw van restaurant De Aalscholver aan de andere kant van de weg. Ik had geen idee waar alles stond. En in die tijd was er nog geen proefkeuken zoals het Culinaire Hart tegenwoordig. We maakten alles zelf, we trokken bouillon voor de soepen, we maakten de sauzen. De vrouw van Hajé, Feikje de Jager, regelde de bediening en ook de vader van Hajé stond in de zaak. De oudste zoon van stel, Thierry, was toen nog een dreumes en zat gezellig in zijn stoeltje te kijken naar iedereen. Hajé was vanaf de start al een echt familiebedrijf.”

“We verkochten ook toen al veel uitsmijters, net als nu. Maar ook een enorme vleesspies (een echte hit!), lamskoteletten en we hebben zelfs nog Flevolandpaté gehad. Daar verwerkten wij dan zelf vlierbessen uit de polder in.” 

Hajé de Aalscholver is echt jouw vestiging maar je bent begonnen op De Lepelaar. Hoe is dat zo gekomen?

“Ik ken Hajé de Aalscholver letterlijk en figuurlijk van binnen en buiten, in een oud overall heb ik nog geholpen tijdens de bouw. Op goede vrijdag, 24 maart 1989, was het dan eindelijk zover. De openingsdag. Ik zal het nooit vergeten. Er woei een enorme storm en het hele plafond aan de voorkant waaide er weer uit”, vertelt Smit, terwijl hij met een glimlach hoofdschuddend terug denkt aan die dag.

“Ik stond natuurlijk in de keuken. In die tijd was ik de chef van zowel restaurant De Lepelaar als De Aalscholver. Was er aan de ene kant iets op, dan rende je zo de snelweg over naar de andere kant, dat was heel normaal. Op de verbaasde vraag of dat niet gevaarlijk was lacht Smit hardop. “Het was toen veel rustiger op de weg, toen kon dat nog”.

“Halverwege de jaren negentig vroeg Hajé de Jager mij manager te worden, hij vond dat ik meer capaciteiten had dan alleen in de keuken staan. Ik vond dat wel een uitdaging en zo gebeurde het. Ik begon destijds rond twaalf uur met werken maar was dan om tien uur al op pad. Dan ging ik eerst langs de bakker in Lelystad om het brood op te halen, soms ook eerst nog even langs de slager en dan haalde ik de medewerkers bij het busstation op. Mijn vrouw kwam ook wel eens mee, die paste dan op de kinderen van Hajé en Feikje de Jager.”

Wat is je mooiste herinnering bij Hajé?

“De zomer dat ik samen met mijn eigen zoons werkte. Familie in een familiebedrijf zeg maar. Dat was in 2009 en mijn  zoons Bas (toen 18 jaar) en Daan (toen 15 jaar oud), werkten beiden als leerlinggastheer bij mij in de zaak. Dat heb ik echt prachtig gevonden, zo met zijn drieën. Bas is jaren later ook nog een tijd assistent-manager van Hajé de Lepelaar geweest.

Hoe zou jij jezelf omschrijven als manager?

“Moeilijk is dat om over jezelf te zeggen. Ik probeer altijd het beste uit mensen te halen en mensen te verbinden. Ik ben zeer gedisciplineerd getraind in het vak, dat leer je wel in de keuken, zeker vroeger. Zelf probeer ik streng maar ook rechtvaardig te zijn, eerlijk en open. Ik leer mensen graag kennen en probeer zorgzaam te zijn. Ik denk dat je op die manier goede mensen aan je kan binden. 

Vanaf de start was je er bij. Je hebt de familie De Jager ook zien groeien. Kan je daar iets over zeggen?

“Ik heb heel veel respect voor Hajé en Feikje de Jager en hetgeen ze hebben neergezet. Dertig jaar is niet niks, ik ken genoeg horeca zaken die dat niet halen. De Jagers zijn echte polderpioniers en je hebt als medewerker een goed plekje hier. Ik heb altijd veel vrijheid gehad, veel ruimte voor ontwikkeling en dat vind ik heel fijn. Het stokje is nu overgedragen aan een nieuwe generatie en het is mijn wens dat de zoons van Hajé en Feikje het net zo goed gaan doen als hun ouders.

Bediening intro video